LEVELSKooter Games
Handleiding · Energizer

1 vs 1

De hele klas speelt tegelijk korte duels in tweetallen, naast de eigen tafel. Wie een ronde wint, gaat een level omhoog.

2 tot 6 minIn tweetallenGroep 5 t/m 8 en VO 1 en 2
Start 1 vs 1

In 3 stappen

  1. 1
    Tweetallen en een kaart

    Zet de klas in tweetallen tegenover elkaar. Trek een kaart en lees de opdracht voor.

  2. 2
    Duel met de timer

    Alle tweetallen spelen tegelijk. Zet de timer op 2 minuten (groep 5 en 6) of 3 minuten (groep 7, 8 en onderbouw VO).

  3. 3
    Beweegboost

    Wie aan het eind de minste levels heeft, doet 20 seconden een Beweegboost. Gelijkspel? Dan allebei 10 seconden.

Alle uitleg

Klassikale energizer in tweetallen

Bij 1-vs-1 speelt de hele klas tegelijk korte duels in tweetallen. De leerkracht trekt één kaart op het bord, leest de opdracht voor en zet de timer aan. Alle tweetallen spelen daarna hetzelfde duel naast hun eigen tafel.

Tijdens het duel proberen beide spelers zoveel mogelijk levels te verdienen. Iedere gewonnen ronde levert +1 level op. Meerdere fouten in één ronde? Dan is het één punt per ronde. Is de tijd voorbij? Dan telt ieder tweetal de levels. De speler met de meeste levels wint het duel.

Wil je een opdracht extra eerlijk laten beoordelen, bijvoorbeeld in groep 5? Speel dan optioneel in drietallen: twee leerlingen spelen het duel en de derde is scheidsrechter. De scheidsrechter let op de vooraf afgesproken regel en beslist bij twijfel. Wissel na elke ronde van rol.

De levels blijven binnen het eigen tweetal. De app houdt bij 1-vs-1 geen totaalstand voor de hele klas bij. Wil je met de hele klas tegen het bord spelen? Gebruik dan Klas vs Bord.

Hoe lang speel je?

Zet per duel een timer aan.

Advies:

  • Groep 5–6: 2 minuten
  • Groep 7–8 en klas 1–2 VO: 3 minuten

Speel door tot de timer afgaat. Is de tijd voorbij? Maak dan de lopende ronde of het lopende beurtpaar af, zodat beide spelers evenveel kansen krijgen. De speler met de minste levels doet de beweegboost. Bij gelijkspel moeten beide spelers 10 seconden de Beweegboost doen.

Beweegboost

Na afloop doet de speler met de minste levels een Beweegboost van 20 seconden. Bij gelijkspel doen beide spelers 10 seconden Beweegboost.

Houd de beweging klein, veilig en op de eigen plek.

Beweegboosts:

Squats
Zak door je knieën alsof je op een stoel gaat zitten en kom weer omhoog.
Jumping jacks
Spring met je voeten open en dicht terwijl je armen meebewegen.
Knieheffen
Til om en om je knieën hoog op.
Hakkenbillen
Tik om en om met je hak richting je bil.
Lunges op de plaats
Stap één voet naar achter, zak kort door je knieën en kom terug. Wissel links en rechts af.
Squat-pulses
Zak in een squat en maak kleine bewegingen op en neer.
Touwspringen zonder touw
Maak kleine sprongen op de plaats alsof je touwtje springt.
Sprinten op de plaats
Maak snelle kleine pasjes op de plaats, alsof de vloer heet is.
Schaatsstappen
Stap klein zijwaarts van links naar rechts, alsof je schaatst.
Knie-elleboog tik
Tik om en om met je knie naar je tegenovergestelde elleboog.
Level-combo
Doe steeds: 1 squat, 2 knieheffen, 1 kleine sprong.
Tafel push-ups
Handen op de rand van je eigen tafel. Buig je armen en duw jezelf rustig terug. Alleen als de tafel stevig staat.

Alleen bij genoeg ruimte

  • Push-ups
  • Sit-ups
  • Plank
Bewegen tijdens het duel

Bij actieve kaarten zit de beweging al in de opdracht. Denk aan balans-, reactie-, kracht- of dansduels. Dan spelen leerlingen de kaart gewoon zoals hij op het bord staat.

Bij rustige raad-, kans- en taalduels doet de verliezer van een ronde eerst de korte beweegopdracht. Daarna gaat het duel direct verder.

Na afloop doet de speler met de minste levels de Beweegboost. Staat het gelijk? Dan doen beide spelers de Beweegboost 10 seconden.

Veilig spelen in de klas

Speel naast je eigen tafel en houd alle bewegingen klein en gecontroleerd. Controleer vooraf of er genoeg ruimte is.

Je mag de ander niet hard aanraken, trekken of wegduwen. Bij aanraakduels geldt altijd: zacht tikken, rustig spelen en direct stoppen als het te wild wordt.

Spring alleen op de plaats of met een kleine sprong opzij. Alle beweegopdrachten worden staand uitgevoerd, behalve wanneer de kaart duidelijk iets anders zegt.

Moeilijkheid
BASIS
Geschikt voor groep 5 t/m 8 en klas 1–2 VO. Deze kaarten zijn makkelijk te begrijpen en snel te spelen.
UITDAGING
Vooral geschikt voor groep 7–8 en klas 1–2 VO, of voor leerlingen die extra uitdaging willen.
BEGINNER
Sommige kaarten hebben een extra beginner regel. Gebruik deze alleen als beide spelers vóór de ronde samen kiezen voor minder uitdaging.
GEVORDERD
Sommige kaarten hebben een extra gevorderde regel. Gebruik deze alleen als beide spelers vóór de ronde samen kiezen voor meer uitdaging.