LEVELSKooter Games
Handleiding · Avontuur

Boss Battle

Neem het met de hele klas op tegen een fantasierijke baas. Voer samen beweegopdrachten uit en speel nieuwe gebieden vrij.

10 tot 30 minHele klasGroep 3 en 4Bèta
Boss Battle starten

In 3 stappen

  1. 1
    Kies een wereld en een baas

    Kies daarna een tijdslimiet of een maximaal aantal aanvallen.

  2. 2
    Lees de opdracht voor

    Lees ook de regel Raak als… voor. De klas voert de opdracht samen uit.

  3. 3
    Kies Gelukt of Niet gelukt

    Gelukt: de baas verliest levens. Breng ze naar nul en speel een nieuw gebied vrij.

Alle uitleg

Start en voorbereiding

Start in 1 minuut

1
Open de LEVELS-app van KooterGames en kies LEVELS Boss Battle.
Daarna begeleidt de app je stap voor stap door het gevecht.
2
Kies een ontgrendelde wereld en baas.
3
Kies een tijdslimiet of een maximaal aantal aanvallen.
4
Lees de opdracht en ‘Raak als…’ voor.
5
Laat de klas de opdracht uitvoeren.
6
Kies Gelukt of Niet gelukt.
7
Speel door tot de baas is verslagen of de gekozen limiet is bereikt.

Voorbereiding

  • Open de LEVELS-app van KooterGames.
  • Kies LEVELS Boss Battle.
  • Kies een ontgrendelde wereld en baas.
  • Kies de spelvorm: een tijdslimiet of een maximaal aantal aanvallen.
  • Controleer of er voldoende bewegingsruimte is.
  • Start het gevecht.

Voor een gewone baas kun je meestal ongeveer 10 tot 30 minuten reserveren. Een eindbaas kan langer duren.

Doel en spelverloop

Doel van het spel

De klas probeert samen de gekozen baas te verslaan. Iedere baas heeft een aantal levens. Door aanvalsopdrachten goed uit te voeren, brengt de klas schade toe. Zodra de baas geen levens meer heeft, wint de klas het gevecht.

Door bazen te verslaan, speelt de klas nieuwe gebieden en uiteindelijk nieuwe LEVELS-werelden vrij.

Zo speel je

1
De baas verschijnt
Iedere baas heeft een eigen uiterlijk, persoonlijkheid, aantal levens en verzameling aanvalsopdrachten. Eindbazen hebben meer levens en meestal moeilijkere samenwerkingsopdrachten.
2
De app kiest een aanvalsopdracht
Opdrachten verschillen in moeilijkheid, groepsvorm en schade. De hele klas, tweetallen, kleine groepen of twee halve klassen kunnen aan de beurt zijn.
3
De klas voert de opdracht uit
Lees de opdracht en de regel ‘Raak als…’ voor. Staat er een regel ‘Voor de leerkracht’ onder? Die is alleen voor jou: hoe je de klas verdeelt of hoe vaak je roept. Sommige opdrachten gebeuren op de eigen plek; bij andere mogen leerlingen gecontroleerd door het lokaal bewegen.
4
De leerkracht beoordeelt de aanval
Een aanval raakt wanneer de klas als groep actief meedoet en de opdracht grotendeels goed uitvoert. Kleine fouten zijn geen probleem. Kies Gelukt om de schade te verwerken of Niet gelukt om zonder schade verder te spelen. Eén leerling wordt nooit verantwoordelijk gemaakt voor het mislukken van een klassikale aanval.
Schade, winnen en verliezen

Schade en spelvormen

Schade

Een eenvoudige aanval doet meestal 1 schade.

Moeilijkere aanvallen doen meestal 2 schade. Eindbazen kunnen hogere schadewaarden hebben.

Tijdslimiet

Versla de baas voordat de gekozen tijd voorbij is.

Maximaal aantal aanvallen

Iedere opdracht telt mee, ook bij een misser. De app toont hoeveel aanvallen over zijn.

Winnen en verliezen

De klas wint zodra de baas geen levens meer heeft.

De baas wint wanneer de tijd voorbij is of alle aanvallen zijn gebruikt terwijl de baas nog levens heeft.

Verliezen is niet erg. De klas kan het gevecht later opnieuw proberen.

Power-ups en tegenaanvallen

Power-ups

Power-ups zijn eenmalige hulpmiddelen voor een later gevecht. De app laat zien welke beschikbaar zijn en wanneer ze gebruikt kunnen worden. Na gebruik verdwijnt de power-up uit de inventaris.

Slijmbol

Verdiend na Slijmkoning Slurp. Zet hem klaar vóór een aanval; bij Gelukt doet de klas 1 extra schade.

Toverstof

Verdiend na Paddenstoel Professor Puff. Gebruik hem na een Niet gelukt om dezelfde opdracht meteen opnieuw te proberen.

De app verwerkt het effect en houdt bij welke power-ups beschikbaar of gebruikt zijn.

Tegenaanvallen

Vanaf sommige bazen kunnen tegenaanvallen voorkomen. Een tegenaanval verandert tijdelijk een regel: de volgende opdracht moet bijvoorbeeld stil, fluisterend of langzaam.

De app activeert en toont het effect automatisch. Het moet veilig en haalbaar blijven; de leerkracht mag een effect altijd aanpassen of overslaan.

Schatkisten, voortgang en werelden
Schatkisten en beloningen

Na het verslaan van een baas ontvangt de klas een schatkist. De app toont de beloning en voegt power-ups automatisch toe. Een kist kan ook iets bevatten waarmee je verder reist of een volgende baas opent.

Pauzeren en hervatten

De app bewaart de levens, power-ups en gevechtsvoortgang. Een gepauzeerd gevecht kan later worden hervat en telt niet als verloren.

LEVELS-werelden

Iedere wereld heeft een eigen thema, gebieden en bazen. Bazen worden in een vaste volgorde ontgrendeld. Na de eindbaas opent de volgende wereld.

LEVEL 1 – Het Verborgen Bos is de eerste wereld. In de app zie je welke gebieden en bazen al zijn ontgrendeld.

De leerkracht, meedoen en veilig spelen

De rol van de leerkracht

  • Kiest de wereld, baas en spelvorm.
  • Leest de opdracht en ‘Raak als…’ voor.
  • Start waar nodig de timer.
  • Bepaalt of een aanval gelukt is of niet gelukt.
  • Kiest samen met de klas wanneer een power-up wordt gebruikt.
  • Bewaakt de ruimte, veiligheid en het speltempo.
  • Past een opdracht aan of slaat deze over wanneer dat nodig is.

De app houdt levens, schade, aanvallen, beloningen en voortgang bij.

Meedoen

Iedere leerling doet zoveel mogelijk mee. Kan of wil een leerling een opdracht niet uitvoeren? Dan mag die leerling:

  • een beweging aanpassen;
  • op een rustigere manier meedoen;
  • een andere passende rol krijgen;
  • de opdracht overslaan.

De leerkracht beoordeelt de inzet van de klas als geheel. Eén leerling mag nooit verantwoordelijk worden gemaakt voor het mislukken van een klassikale aanval.

Veilig spelen

De leerkracht bepaalt of een opdracht past bij de klas en de beschikbare ruimte. Haal tassen en andere obstakels uit de loopruimte.

  • Loop of schuifel gecontroleerd; ren niet tussen tafels en stoelen.
  • Houd voldoende afstand en let op elkaar en de omgeving.
  • Houd lichamelijk contact rustig en functioneel; duw, trek of til elkaar niet.
  • Gebruik alleen materialen die veilig in het lokaal gebruikt kunnen worden.

De leerkracht mag een opdracht of tegenaanval altijd aanpassen, overslaan of stoppen. Veilig en prettig meedoen gaat vóór het verslaan van de baas.